There's no such thing as a guilty pleasure: hoe veganisme mij hielp op mijn weg naar zelfliefde

Deze blog verscheen op 14 februari 2019 op mijn Taarten van Jansen website, maar ik wilde hem ook graag hier even met jullie delen. Mede door deze blogpost ben ik namelijk de Big Vegan Sister website en Instagram begonnen en deze blog vat goed samen waar ik vandaan kom, waar ik doorheen ben gegaan en waar ik nu sta. Op een hele fijne plek inmiddels, vol zelfliefde en compassie voor anderen én mijzelf, maar dat was niet altijd zo. Dit artikel is een heel belangrijk beginpunt voor mij geweest: ik ben dit kanaal begonnen omdat ik een plek wil bieden waar iedereen zich welkom voelt om te leren, vegan of niet, én een plek waar je goed bent zoals je bent. Ik heb zelf een hele lange weg af moeten leggen om te komen tot het punt waar ik nu ben, maar ik gun jou dat ook. Ik kan dan misschien niet al je struggles wegnemen, ik kan je wél een hand toereiken. Een beetje als een grote zus. Een vegan grote zus in dit geval ;) Benieuwd naar mijn verhaal? Lees verder!

Foto: Elke Teurlinckx

Foto: Elke Teurlinckx

Het is Valentijnsdag! En wat is nu een betere dag om over de liefde te schrijven dan vandaag. Ik wil het graag met jullie hebben over een hele bijzondere vorm van liefde, misschien wel de belangrijkste van allemaal als je het mij vraagt, namelijk: zelfliefde. Ik beloof jullie dat ik het zweefteefgehalte tot een absoluut minimum zal beperken (je kent me, ik sta liever met beide beentjes op de grond). Wel wil ik je alvast een kleine heads up geven, je mag het een trigger warning noemen: in dit artikel praat ik over mijn zelfbeeld en mijn relatie tot eten en mijn lichaam. Ik benoem de moeilijkheden die ik heb doorgemaakt (soms in detail) en die kunnen voor mensen die op dit moment in een kwetsbare positie zitten triggering zijn. Als je liever besluit dit artikel over te slaan, dan is dat helemaal oké. Zorg voor jezelf! Ik wil je dan wel graag meegeven dat je hier, op al mijn social media kanalen én in mijn inbox altijd welkom bent, vegan of niet.

Even geleden kondigde ik aan de Big Vegan Sister maand te gaan houden, een maand waarin ik al jullie vragen rondom veganisme zou beantwoorden. Tot nu toe loopt die super goed en krijg ik dagelijks hele toffe reacties binnen in mijn inbox. iets waar ik heel erg blij van word. Ik vroeg in de aanloop naar deze maand regelmatig welke vragen jullie aan mij wilden stellen over vegan eten en leven en vroeg wat jullie grootste struikelblokken waren in jullie transitie naar veganisme. Er kwamen een hoop vragen en struikelblokken langs die ik wel verwacht had: jullie hadden het meeste moeite om kaas op te geven (ik destijds ook), jullie vroegen je af hoe je alle benodigde vitamines binnen krijgt wanneer je vegan eet (komt nog langs) en vroegen je af wat te doen als je ergens komt waar totaal geen rekening met jou is gehouden qua eten (terug te vinden in mijn instagram highlights!). Wat ik niet helemaal aan had zien komen, was op een ander vlak zoveel herkenning te vinden in de dingen die jullie met mij deelden. De zaken waar jullie moeite mee hadden en tegenaan liepen. En dat was eten. En dan bedoel ik niet “wat is er nu vegan en wat niet?”, maar: hoe kom ik van mijn eetbuiten af? Heb je tips voor wanneer je emotioneel eet? Hoe kan ik aan mijn ongezonde relatie tot eten werken? And it hit home. Hard.

Dat zag ik niet aankomen

Ik werd er even stil van. Niet per se op een verkeerde manier, ik ben juist blij dat jullie dit met mij delen. Het doet me heel goed dat jullie mij genoeg vertrouwen om dit tegen mij te kunnen zeggen, hierbij benadruk ik nogmaals dat je verhaal altijd veilig is bij mij. Ik deel ook geen specifieke details over wat jullie mij stuurden in dit artikel. Het maakt me alleen wel verdrietig. Ik heb zelf een jarenlange strijd met eten gevoerd en nog steeds heb ik zo af en toe mijn moeilijke dagen. Wanneer ik vervolgens hoor dat jullie, mijn mooie, lieve, betrokken volgers, hier óók mee zitten, doet dat pijn. Omdat ik weet hoe het voelt. Omdat ik weet hoe het je leven stil kan zetten en dat gun ik niemand. Ik wil je graag meenemen langs een aantal gebeurtenissen en ontwikkelingen in mijn leven, zodat ik je wat duidelijker uit kan leggen waar de titel van dit artikel eigenlijk op slaat én welke weg ik heb afgelegd om te komen waar ik nu sta. Alvast een kleine spoiler: het kwam allemaal goed.

It meeee

It meeee

Toen ik nog een klein meisje was, was ik heel tevreden met mezelf. Ik vond mezelf prima, precies zoals ik was. Met uiterlijke zaken was ik nog lang niet bezig en ik kon niets bedenken dat ik zou willen veranderen aan wie ik was. Ik was gewoon Lisa en dat was goed. In groep zes begon ik langzaam zwaarder te worden. Iets waar ik zelf geen mening over vormde (het viel me niet eens echt op), maar mijn omgeving wel. Langzaam werd mij door de buitenwereld duidelijk gemaakt dat dik zijn slecht was, iets dat je te allen tijde absoluut wilde vermijden. Ik begon ze te geloven. Als iedereen daar zo over dacht, dan moest het wel waar zijn, toch?

Mijn overstap naar de middelbare school was, zacht uitgedrukt, rampzalig. Ik was een enorm jonge leerling en waar mijn klasgenootjes op de basisschool daar geen probleem van maakten (ik was tenslotte gewoon Lisa bij wie ze al zeven jaar in de klas zaten), was dat op de middelbare wel anders. Ik weet nog precies dat we onszelf in de allereerste schoolweek moesten voorstellen bij het vak Frans. Ik probeerde krampachtig mijn leeftijd te ontwijken, me maar al te goed beseffende dat ik een uitzonderingsgeval was en daardoor een makkelijke prooi. Dat ging niet helemaal volgens plan en vanaf dat moment was ik het pispaaltje van de klas. Ik werd publiekelijk belachelijk gemaakt, buitengesloten, nageroepen en gekleineerd. Het pesten beperkte zich niet alleen tot schooltijden, zelfs als ik ‘s avonds naar mijn toneelclub fietste, kwam ik pestkoppen tegen die inmiddels hun hele voetbalteam tegen mij op hadden gezet. Uit schaamte durfde ik dit pas na bijna een jaar aan mijn ouders te vertellen, één week voor het eerste schooljaar afgelopen zou zijn. Mijn mentor zei in een gesprek met mijn ouders dat “het allemaal wel mee viel” en dat was dat. Ik wilde eigenlijk ook niet dat er iets vanuit de school zou gebeuren, uit angst dat dat het pesten alleen maar erger zou maken. Het volgende schooljaar werd ik gelukkig overgeplaatst naar een compleet nieuwe klas, grotendeels bestaande uit creatieve buitenbeentjes. Eindelijk voelde ik me gewaardeerd en begrepen, ik maakte vriendinnen en het pesten stopte redelijk snel. De fundering voor een decennium aan zelfhaat was echter gelegd. Ik twijfelde constant aan mezelf en waar ik eerst nog als enthousiaste dromer door het leven ging, werd ik een teruggetrokken, in zichzelf gekeerd meisje.

In de daarop volgende jaren heeft mijn gewicht veel geschommeld, maar ik voelde me altijd dik. Belachelijk eigenlijk, dik is helemaal geen gevoel. Beter kan ik het omschrijven als “te veel ruimte innemend”, “waardeloos”, “onaantrekkelijk”. Inmiddels weet ik wel beter, maar wanneer een wereld je jarenlang bombardeert met de boodschap dat je niet genoeg bent, ga je het geloven. Zeker in die cruciale tienerjaren, waarin je onzekerheid zich al op een all time high bevindt. Ik zat niet goed in mijn vel en dat straalde ik ook uit, waardoor ik wederom een makkelijke prooi werd. Ik viel mede door mijn haarkleur (jep, toen ook al felrood) enorm op en werd regelmatig nageroepen op school en op straat. Zo rond je zestiende is je scheldwoordenschat meestal nog niet enorm uitgebreid, waardoor ik vooral vaak te horen kreeg dat ik ‘lelijk’ en ‘dik’ was. Ik geloofde ze. Ik besloot het heft in eigen hand te nemen en de controle over mijn lichaam terug te krijgen, met alle gevolgen van dien. Wanneer ik nu foto’s uit die periode terugzie, zie ik een doodongelukkig kind. Een volgens hedendaagse standaarden slanke meid, die in de spiegel keek en een monster zag. Een dik, vet monster, dat nodig een paar kilo’s kwijt moest. Ik word intens verdrietig wanneer ik terugdenk aan een jongere versie van mijzelf die zichzelf zo intens haatte, dat ze wel snapte dat mensen op straat haar lelijk noemden. Een meisje die zo teleurgesteld was in zichzelf en haar uiterlijk, dat ze besloot dat haar echte leven pas zou beginnen wanneer ze mooi was. En daarmee bedoelde ik toen: dun. Naast het feit dat ik toen een enorm misvormd zelfbeeld had (ik was helemaal niet dik, alhoewel er absoluut niets mis is met dik zijn), zag ik alle mooie kanten van mijzelf niet meer. Ik zag mijn creativiteit niet meer, het feit dat ik tientallen stukken op piano zo uit mijn hoofd kon spelen, het feit dat ik een goede en hardwerkende leerlinge was, nooit verjaardagen vergat en een trouwe vriendin was. Dat alles deed er niet toe zolang ik nog dik was.

I love food

Foto: Elke Teurlinckx

Foto: Elke Teurlinckx

Eten is de rode draad in mijn leven. Ik lééf letterlijk om te eten. Ik hou van het maken, het opeten, het delen en de gezelligheid die eten met zich meebrengt, dat was en is ook een van de grootste redenen waarom ik dit bedrijf ben gestart. Ik gun iedereen namelijk een goed stuk taart en een gezellig samenzijn. Hoe vaak vinden de mooiste gesprekken wel niet plaats terwijl je eet? Afijn! Toen mijn fijne relatie met eten op het spel kwam te staan en ik eten gebruikte als middel om mezelf te straffen of te belonen (en daarna weer te straffen, want ‘eten was slecht’), betekende dat ook dat ik mijn passie in de ijskast zette. Of de diepvries liever. Heel ver weggestopt en ontdaan van alle fijne aspecten. Ik kon destijds mijn ei (niet vegan, ha-ha) gelukkig kwijt in muziek en andere vormen van creativiteit, maar ik voelde me incompleet. Ik miste een stuk levensvreugde en voelde me verder en verder afdrijven van wie ik was, hoe heftig dat ook mag klinken. Ik miste de oude Lisa. De versie van mezelf die op zichzelf vertrouwde en in zichzelf geloofde. De versie van mezelf die een cake bakte om mensen blij te maken en zichzelf ook gewoon een plak gunde, de versie van mezelf die appeltaarten bakte met haar oma en daarna zonder schuldgevoel een punt opat mét slagroom erbij. De versie van mijzelf die met zelfgebakken lekkers langs de deuren in de buurt ging om geld in te zamelen voor het plaatselijke asiel. Ik wilde weer kunnen genieten van eten en vooral eten weer zien zoals ik het eerder zag: iets om mensen mee samen te brengen en vooral iets om heel hard van te genieten.

Rond de tijd dat mijn onzekerheid en obsessie rond eten een hoogtepunt bereikten, begon ik op internet meer en meer informatie op te zoeken over veganisme. Waarom waren mensen eigenlijk vegan, welke beweegredenen hadden zij? Ik was al tien jaar vegetariër en dacht dat ik het toch al heel aardig deed. Ik las meer en meer over dierenrechten en de bio-industrie en kwam erachter dat koeien helemaal niet vanzelf melk geven (say whaaat), kippen eigenlijk maar één ei per maand horen te leggen in plaats van één per dag (SAY WHAAAT) en ik ook als vegetariër nog een hoop dierenleed - onbewust - steunde. Ik besloot het veganisme een kans te geven en deed een twee weken lange vegan challenge met mijzelf, voordat deze officieel bestond. Op dag twee was ik al om en besloot vanaf dat moment helemaal vegan te gaan eten en leven. Toen gebeurde er iets bijzonders.

Waar ik eerst de hele dag bezig was met het mezelf onthouden van eten óf krampachtig de meest caloriearme opties uit probeerde te zoeken, was ik nu bezig met wat de meest diervriendelijke optie was. Labels checkte ik niet meer op vetgehaltes, maar omdat ik wilde weten of er melk of ei in het product zat. Langzaamaan verdween mijn eeuwige schuldgevoel over wat er op mijn bord lag (laten we eerlijk zijn: dat was toch nooit goed genoeg), omdat het niet meer over míj ging, maar over een veel groter iets. Zolang ik alle lieve diertjes niet schaadde met de keuzes die ik maakte, was het oké. Zo lang er geen dierenleed kleefde aan hetgeen ik wilde eten, was ik tevreden. Deze mildere houding tegenover mijzelf en eten, zorgde ervoor dat mijn plezier rondom koken en vooral bakken ook weer terug kwam. Ik las veel over vegan voeding en besefte dat ik mijn lichaam jarenlang van zoveel moois, fijns én gezonds had onthouden. Ik at meer en meer groenten, leerde vleesvervangers als tofu en tempeh bereiden, kocht het ene na het andere vegan kookboek, las oneindig veel vegan blogs en spendeerde mijn avonden met het bekijken van vegan kook- en bakfilmpjes op Youtube. Waar eten eerst mijn vijand was, werd het langzamerhand weer mijn vriend. Ik merkte weer op hoe blij ik en anderen werden van mijn baksels en besloot weer vaker te gaan bakken. Uiteindelijk kreeg ik hier zo veel lol in en zoveel goede reacties op, dat ik besloot Taarten van Jansen op te richten. The rest is history.

There’s no such thing as a guilty pleasure

Wanneer mensen mij - heel onschuldig bedoeld - vragen wat mijn guilty pleasure is, antwoord ik altijd dat ik niet doe aan guilty pleasures, alleen aan pleasures. Meestal lachen ze even en ik ook, omdat ik niet wil dat anderen zich ongemakkelijk voelen én ze natuurlijk niets afweten van mijn historie. Ik vind het bestempelen van dingen, in dit geval eten, als iets waar je je schuldig om hoort te voelen, namelijk heel kwalijk. Ik wil nooit meer eten categoriseren als ‘goed’ en ‘slecht’. Ik wil nooit meer mezelf een dag uithongeren omdat ik de avond daarvoor zoveel zin had in chips. Ik wil nooit meer huilend voor de spiegel staan omdat ik zogenaamd teveel gegeten zou hebben. Ik wil nooit meer een stuk taart laten staan terwijl ik er eigenlijk wel zin in heb, omdat ik daar in the long run zogenaamd blijer van word. Omdat het leven zogenaamd pas begint wanneer je dun bent. Niets is minder waar. En nee, we kunnen niet al taart en chips vretend onze dagen spenderen (in theorie wel, maar of je er heel veel blijer en gezonder van wordt weet ik niet), maar dat is ook niet waar ik op doel. Gebalanceerd eten betekent aan de ene kant gevarieerd en ‘gezond’ eten (ja, dus soms ook een bord groente, ook al houd je daar misschien niet zo van), aan de andere kant betekent dit dat je een stuk taart eet wanneer je daar zin in hebt. Zonder schuldgevoelens. Echt waar, je verdient het.

Ik zou zó graag zien dat wij met z’n alleen een positief voorbeeld geven aan de jongere generatie meiden en jongens die, in deze tijd van social media, een enorm kwetsbare groep vormen. Ik zou zo graag zien dat we elkaar steunen, elkaar vaker vertellen hoe mooi we zijn van binnen en van buiten, dat we onze struggles met elkaar delen en elkaar vertellen dat we er mogen zijn. Ik zou zo graag zien dat die veroordelende gedachten in jouw hoofd ophouden je te vertellen dat je niets waard bent. Dat je er pas mag zijn als je een x aantal kilo’s af bent gevallen. Dat dun zijn de enige weg is naar geluk, succes en houden van jezelf. Als dun persoon heb je misschien je lichaam mee volgens de huidige schoonheidsstandaard, maar dat wil niet zeggen dat jij ook geen struggles kent of automatisch de meest gelukkige persoon van de wereld bent. Dun zijn is oké. Dik zijn is oké. Er ergens tussenin zweven is ook oké. Je bent perfect zoals je bent. Misschien geloof je dat nu nog niet, maar ooit komt er een dag waarop je het wél inziet. Net als die dag bij mij kwam.

Als ik het kan, kan jij het ook? Bullshit!

Daarnaast wil ik mijn weg niet met die van jou vergelijken en beweer daarom ook niet dat “als ik het kan, jij het ook kan”, ik ken jouw situatie namelijk niet. Mijn weg naar zelfliefde en het gaan houden van mijn lichaam en wie ik ben, was via het veganisme. Dit is natuurlijk niet voor iedereen zo. Bij mij is het toevallig zo gelopen dat mijn relatie tot eten verbeterde door vegan te gaan eten en leven, maar ik weet ook dat het veel te kort door de bocht zou zijn om te beweren dat veganisme de oplossing voor alle eetproblemen zou zijn. Yikes. Ik weet dat vegan gaan eten (net als alle andere dingen die je zou kunnen zien als een dieet) heel erg triggering kan zijn wanneer je een vervelende historie met eten hebt. Ik hoop dan ook dat je jezelf alle ruimte gunt, ook als dit betekent dat je voorlopig niet of misschien helemaal nooit vegan gaat eten. Als jouw weg naar zelfliefde inhoudt dat je voor nu af en toe een vleesloze dag inlast of voor de rest van je leven gewoon álles eet, maar dit wel betekent dat jij de gelukkigste versie van jezelf wordt: by all means, doe je ding. Jij bent de allerbelangrijkste persoon in je leven en als jij jezelf niet de allergelukkigste variant van jezelf laat zijn, wie de fuck gaat dat dan voor je doen? Ga ik nu de vegan politie over me heen krijgen? Kan zomaar. Do I care? Nah. Ik hoop dat je weet dat je hier altijd welkom zult zijn, vegan of niet, en ik hoop boven alles, dat ik een beetje jouw grote zus mag zijn.

Foto: Elke Teurlinckx

Foto: Elke Teurlinckx


Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen of wil je iets kwijt? Schroom niet om contact met me op te nemen. En wees vooral lief voor jezelf, you deserve it. Pinky promise!